<!-- Html -->
<!-- Html -->
<h2><strong>Over onroerendezaakbelasting</strong></h2>
<p>U heeft een onroerend goed. Bijvoorbeeld een woning of bedrijfspand. Daar betaalt u belasting voor. Dat noemen we de OZB = onroerendezaakbelasting.</p>
<h3>Hoe bepalen we de hoogte van de OZB?</h3>
<ol>
<li>We stellen eerst een economische waarde vast van uw onroerend goed. Dat heet de WOZ-waarde.<br />Het tijdstip waarop we de WOZ-waarde bepaalden is 1 januari 2010. </li>
<li>U ontvangt een beschikking waarin u leest wat de WOZ-waarde van uw onroerend goed is. Die WOZ-waarde geldt voor 2011 en 2012. En bepaalt de hoogte van uw OZB.</li>
</ol>
<h4>Twee soorten belastingen</h4>
<p>We maken onderscheid tussen belasting voor woningen en belasting voor niet-woningen. Heeft u een niet-woning? Zoals een bedrijfspand, een garage, een winkel of iets dergelijks. Dan ontvangt u een aanslag voor het bedrijfsgedeelte.</p>
<h4>Tarieven</h4>
<p>Vanaf het belastingjaar 2011 betaalt u een percentage van de WOZ-waarde. Dat is voor een:</p>
<ul>
<li>eigenaar van de woning: 0,1185%</li>
<li>eigenaar van een niet-woning: 0,1456%</li>
<li>gebruiker van een niet-woning: 0,1166%</li>
</ul>